Een Argandse lamp is een bouwwijze voor een olielamp die rond eind achttiende eeuw werd geïntroduceerd door de Zwitserse schei- en werktuigkundige Aimé Argand (Genève, 1755 - Londen, 1803) om een nagenoeg rookloze, roetvrije verbranding mogelijk te maken. Het werkingsprincipe is later ook overgenomen voor petroleumlampen.
Dit bescheiden lampje representeert niets meer of minder dan de geboorte van het moderne kunstlicht. Argand liet in 1780 lucht circuleren rond de pit van een olielamp door deze in een cilindrische glazen buis te plaatsen, die op zijn beurt in een geperforeerde houder stond om nog meer lucht toe te voeren. Daarmee had hij een toepassing van de nieuwe verbrandingstheorie gevonden. Zo verbrandde de olie helder en zuinig zonder rook te produceren.
Het belang van het Argands vondst kan niet genoeg benadrukt worden. Het heeft op alle terreinen van verlichting tot een enorme vooruitgang geleid. Overal waar stabiel, helder licht vereist was, werden Argand-lampen gebruikt. Van de straat tot het toneel was zijn uitvinding een oplossing voor het probleem van zwak, flakkerend licht.